| College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005 |
Een reis naar China en
Congo
22 missionarissen anders bekeken
| E. P. Gerard HUYGHE | ||
| Wulveringem, 30 juni 1920 - |
|
![]() |
Gerard Huyghe is op 30 juni 1920 op de ouderlijke hoeve te Wulveringem geboren. Na de lagere school in het dorp, loopt hij college te Veurne.”Ik was intern, want ik was niet braaf genoeg”, zo getuigt hij over zichzelf. In september ’38 treedt Gerard Huyghe in te Scheut. Hij studeert 3 jaar filosofie en dan nog eens 4 jaar theologie te Leuven, waarna hij op 16 juli 1942 tot priester wordt gewijd. Op 19 februari 1946 vertrekt hij dan uiteindelijk naar het toenmalig Belgisch-Kongo, om er na een maand reizen met de trein en de boot in Leopoldstad aan te komen. Gereedschapkist als diploma Zijn eerste staanplaats wordt Bokoro in Inongo-“de Lac”, een gebied dat drie keer zo groot is als België. In Bokoro loopt hij de noodzakelijke stage en leert de Kongolese talen. Maar amper vier maanden later wordt hij al benoemd op de missiepost Mushie als onderpastoor. Hij start er al gauw met een technische klas: zagen, timmeren, schaven. Pater Huyghe is nooit een man van de grote theorieën geweest: op het eind van het schooljaar gaf hij de zwarten geen diploma, wel een gereedschapskist. Het was zuiver ontwikkelingswerk, toen dat woord nog niet eens bestond. Ook al uit de eerste jaren van zijn missionering dateren verscheidene reizen als reispater, o.m. naar Kwamouth waar hij een bij-post moest organiseren en zijn eerste kerk bouwde. In juni ’48 vertrekt pater Huyghe naar zijn nieuwe post Nioki waar hij als 28-jarige, directeur wordt van een school met 380 leerlingen. De schoolgebouwen moeten uitgebreid worden, maar opnieuw trekt hij ook als reispater regelmatig voor een week of langer naar verder afgelegen dorpen, vaak het onbekende tegemoet. “Cowboy van de Heer” Drie jaar later wordt pater Huyghe nog verder landinwaarts benoemd: deze keer te Ibeke, temidden moerassen en de echte brousse, een streek zo groot als drie Belgische provincies. “Zo’n echte romantische brousse-post”, zegt hij. Maar hij houdt anderzijds van ruimte en licht. Daarom wordt de missie, overwoekerd door struikgewas, kleine bomen en hoog gras, gekapt, gerooid en kaal geschoren. Zoals in Nioki is hij ook in Ibeke schooldirecteur en uiteraard weer reispater: slechte wegen, gammele bruggen , overstroomde bossen, ploeteren door het moeras. Hij houdt van een avontuurlijk leven vol verrassingen, een trekkersleven door de natuur en dicht bij de mensen. “De cow-boy van de Heer”, zo noemen zijn collega’s hem vaak. Tijdens die reizen of zendingen, te voet, per fiets en per boot, van het ene dorp naar het andere ontmoet hij ook de Batwa, een pygmeeënvolk. Kiri: zijn missiepost Na acht jaar missiewerk, in juni ’54, komt pater Gerard Huyghe, naar Vlaanderen terug voor een verdiend jaar vakantie. Maar in september ’55, op 35-jarige leeftijd staat hij opnieuw in Kongo, meer bepaald in Kiri met een belangrijke opdracht: de voorlopige nederzetting van Kiri uitbouwen tot een heuse missie-post. Onder zijn leiding verrijzen er schoolgebouwen, enkele woningen, sanitaire installaties, opslagplaatsen en natuurlijk ook een kerk met een klok die speciaal in Vlaanderen werd gegoten. Uit de
Kiri-periode stamt ook één van zijn mooiste herinneringen van zijn
missieleven:
de oprichting van de jeugdbeweging Ba-Bosco. Het is geen elitaire
jeugdbeweging naar westers model. Wel een vereniging die groeide door het
verlangen van de jongeren zelf, en waar iedereen lid van kon worden,
ongezien zijn “belijdenis” of zedelijke toestand. Pater Huyghe heeft in zijn
missietijd overigens altijd veel respect voor de inlandse,
gewoonterechtelijke gebruiken van de zwarten opgebracht. “Hij gaat door ziekte” Inmiddels is
hij benoemd tot pastooroverste van Nioki, waar hij eind augustus ’59
toekomt. Eens te meer wordt pater Huyghe getroffen door malaria-aanvallen en
zijn krachten nemen af. Missiewerk in Vlaanderen De dokters in Vlaanderen geven de pater de goeie hoop dat hij over een zestal maanden weer naar Kongo zal kunnen vertrekken, maar half december ’60 breekt hij bij het heffen een wervel, later nog een tweede. “Osteoporose”, ontkalking van de beenderen luidt het verdict: veertien jaar Kongo zijn definitief voorbij. De pater
herstelt voor zo veel als mogelijk. In oktober ’62 wordt hij benoemd als
aalmoezenier van het jeugdhuis Godtschalck te Loker. “Nonkel Pater” noemen
de kinderen er hem. Hij beschouwt het als nieuw missiewerk, in Vlaanderen
zelf. “Dag Kongo Inongo” Maar de geneeskunde doet wonderen: de dokters van Ieper, Kortrijk en Veurne “lappen” hem weer op. Hij verblijft één jaar in het Chronisch ziekenhuis te Veurne, en komt op 19 oktober ’78 aan in het missierusthuis van Scheut te Rumbeke. Daar verblijft hij nu al bijna 16 jaar. Op amper 40-jarige leeftijd moest pater Huyghe zijn geliefd Kongo wegens ziekte definitief verlaten. Voor een man die ooit zo sterk van lichaam en geest was –“motu makasi”, “man van kracht”, noemden de zwarten hem, was dat een verschrikkelijke zware slag. “Maanden heb ik moeten vechten om mij met God te verzoenen”, zegt hij. “Was dat Zijn wil? Maar als God een deur toedoet, dan doet hij altijd een ander weer open.” Pater Huyghe stelt het thans goed in Rumbeke, de lichamelijke ongemakken erbij genomen. In ’88 schreef hij zijn uitermate boeiende levensverhaal (439 blz.) “Dag Kongo Inongo” en hij blijft geestelijk zeer actief. Van voorjaar tot najaar komt hij vaak voor een tiental dagen op “congé” bij zijn zuster Madeleine te Vinkem (Beauvoorde), rijdt door Veurne-Ambacht met zijn wagen en gaat op bezoek bij familie, vrienden en kennissen.
|
|