|
Omer de Grave
+ 10 november
1914
25 jaar
Eggewaartskapelle

|
|
Ons onderzoek begon
met een naamsverwarring. ‘Degraeve’ op de herdenkingsplaat tegen de
muur van het Bisschoppelijk College bleek na lang vruchteloos zoeken,
verkeerd gespeld: het moest ‘de Grave’ zijn. Die valse start
voorspelde niet veel goeds voor de zoektocht naar zijn verdere lot.
Omer werd als Audomarius Cornelius François geboren op een boerderij
in Eggewaertskapelle. Zijn ouders waren Philomena Mus en Charles de
Grave. Zijn vader was landbouwer en werkte met zijn vrouw op hun eigen
boerderij. Samen met zijn broer Jerome en zijn zussen Felicie en Rachel
bracht Omer zijn kindertijd op de hoeve door. Toen Omer 6 was, stierf
zijn moeder. Zijn vader hertrouwde met Emma Battel. Er kwamen daardoor
nog zeven broers en zusjes bij.
Op 12-jarige leeftijd werd Omer ingeschreven in het Bisschoppelijk
College te Veurne. Hij bleek een goede leerling en zou er zes jaar
studeren. Omer had blijkbaar een vlotte pen want hij was eerst lid en
dan voorzitter van de lettergilde op school. De verslagen ondertekende
hij met een zwierig krullende Omer de Grave.
Toen Omer 20 was, werd hij opgeroepen voor 15 maanden militaire
dienst. Hij was soldaat tweede klasse 101/566 40, toegewezen aan de
2de Compagnie van het 3de Bataljon van het 1ste Linieregiment. De
compagnie van Omer stond onder het bevel van kapitein-commandant Jules
Hannaf.
Eind oktober 1914
liep het Duitse offensief vast na de Slag aan de IJzer. Begin november
verdedigden delen van het 1ste Linieregiment samen met Franse
koloniale troepen (Senegalezen) en Bretoense Marinefuseliers nog het
bruggenhoofd Diksmuide. |