College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

     

Omer de Grave
+ 10 november 1914
2
5 jaar
Eggewaartskapelle

                                             
 

 

Ons onderzoek begon met een naamsverwarring. ‘Degraeve’ op de herdenkingsplaat tegen de muur van het Bisschoppelijk College bleek na lang vruchteloos zoeken, verkeerd gespeld: het moest ‘de Grave’ zijn. Die valse start voorspelde niet veel goeds voor de zoektocht naar zijn verdere lot.

Omer werd als Audomarius Cornelius François geboren op een boerderij in Eggewaertskapelle. Zijn ouders waren Philomena Mus en Charles de Grave. Zijn vader was landbouwer en werkte met zijn vrouw op hun eigen boerderij. Samen met zijn broer Jerome en zijn zussen Felicie en Rachel bracht Omer zijn kindertijd op de hoeve door. Toen Omer 6 was, stierf zijn moeder. Zijn vader hertrouwde met Emma Battel. Er kwamen daardoor nog zeven broers en zusjes bij.

Op 12-jarige leeftijd werd Omer ingeschreven in het Bisschoppelijk College te Veurne. Hij bleek een goede leerling en zou er zes jaar studeren. Omer had blijkbaar een vlotte pen want hij was eerst lid en dan voorzitter van de lettergilde op school. De verslagen ondertekende hij met een zwierig krullende Omer de Grave.
Toen Omer 20 was, werd hij opgeroepen voor 15 maanden militaire dienst. Hij was soldaat tweede klasse 101/566 40, toegewezen aan de 2de Compagnie van het 3de Bataljon van het 1ste Linieregiment. De compagnie van Omer stond onder het bevel van kapitein-commandant Jules Hannaf.

 


Eind oktober 1914 liep het Duitse offensief vast na de Slag aan de IJzer. Begin november verdedigden delen van het 1ste Linieregiment samen met Franse koloniale troepen (Senegalezen) en Bretoense Marinefuseliers nog het bruggenhoofd Diksmuide.

 

De stellingen van de compagnie van Omer lagen tussen de Handzamevaart en de spoorweg. De Belgen stonden schouder aan schouder met de Senegalese tirailleurs. De twee vorige dagen had de Duitse artillerie de stad en de toegangswegen onophoudelijk beschoten. Om 08 u. op 10 november hervatten de beschietingen. Tegelijk vielen de Duitse grondtroepen van drie kanten aan. De Belgen en de Fransen werden uit elkaar geslagen. De overlevenden doken op in de achterste linies zonder gordel of kapotjas. Er werden daaropvolgend bloedige man-tegen-man gevechten geleverd in de straten van Diksmuide. De verdedigers trokken zich onder de Duitse druk terug achter de IJzer. De brug werd in de namiddag opgeblazen. Achter de IJzer zouden de geallieerden nog vier jaar standhouden. Omer was er niet bij. Hij werd als vermist opgegeven maar daagde niet meer op. Waarschijnlijk werd hij gedood tijdens de moordende beschietingen van die ochtend. Zijn lichaam werd nooit terug gevonden. Ook Omers commandant, Jules Hannaf bleek vermist.

Zo was Omer in de nevelen van de tijd verdwenen. Al wat van hem restte was zijn naam gebeiteld in stenen oorlogsplaquettes in de kerk van Eggewaartskapelle en tegen de muur van zijn oude school, het Bisschoppelijk College te Veurne. Nu bestaat er ook een digitale herdenking. En daarin staat meer te lezen dan zijn naam.

 

Marijke Boudeweel, Steffi Vandenameele, Hanne Neyts

 


Stamboom en wapenschild familie de Grave