College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

 

 

 

Germain Loncke
 

+ 30 juni 1915
2
2 jaar
Izenberge

                                             

Germain Camiel Corneel Loncke werd geboren op 09 april 1893 te Izenberge en werd twee dagen later ingeschreven in het bevolkingsregister. Hij kreeg nog drie zusjes: Alisa, Angela en Maria. Omer groeide op in een ijverige en welvarende familie. De ouders, Aloïs en Eugenie Deeren waren zelfstandigen en baatten een groot pand uit op de hoek van de Izenbergestraat en de Groenestraat. Daar waren een bakkerij, een herberg en ‘een winkel in koloniale waren’in gevestigd. Met andere woorden: je kon er een brood halen, een glas drinken en tabak kopen. Nu is het een café, ‘’t Hoekske’. De grootvader van Germain had een bekend orgelbedrijf gehad in Esen.

Het was de bedoeling dat Germain zijn vader zou opvolgen als bakker. Maar eerst moest hij nog zijn legerdienst vervullen. We schrijven 15 september 1913. Germain meldde zich aan in de kazerne van het 3de Linieregiment in Oostende. Hij kreeg het stamnummer 57899 en werd ingedeeld in de 4de Compagnie van het 5de Bataljon. Andere collegesoldaten zoals Emile Torney en Arthur Ternier zaten ook bij het 3de Linieregiment.

Op 02 augustus brak de oorlog uit, en al op 07 augustus groef het 3de Linieregiment loopgraven in Eliksem bij Tienen. Op 18 augustus kregen ze hier hun vuurdoop als ze de flanken van het 2de Linieregiment poogden te ondersteunen. Op 30 september werden ze in Duffel zwaar onder vuur genomen door Duitse 420mm kanonnen. Op 02 oktober trok het 3de zich vechtend terug.

We vinden het 5de Bataljon van Germain Loncke tegen het einde van die maand terug in de IJzervallei bij Lampernisse en Wulpen.

 

 

Op 22 april 1915 organiseerden de Duitsers hun beruchte gasaanvallen bij Steenstrate. Twee dagen later kwam het 3de Linieregiment achter het kanaal van Steenstrate de uitgedunde verdediging versterken. Pas op 10 of 12 mei werden ze vervangen door het 2de Linieregiment en kon het 3de op verdiende rust naar De Panne vertrekken.

 

Hun volgende bestemming was de sector Diksmuide, meer bepaald de loopgraven tussen kilometerpalen 16 en 17.3. Hier had het Regiment 3de Jagers Te Voet op 11 en 12 mei op de rechteroever van de IJzer een bruggenhoofd en twee vooruitgeschoven posten (Postes de Surveillance 1 & 2 ) veroverd. Die posities beschermden de Dodengang aan de andere kant van de IJzer. De Duitsers stelden alles in het werk om de Belgen daar te verdrijven. Om deze voorposten werd dus hevig gestreden, maar de Duitsers zouden die posten nooit terug winnen. Vanaf 13 juni loste het 3de Linieregiment, met Germain, hier de Jagers Te Voet af. Ze zouden er blijven en standhouden tot begin juli. Daar die luisterposten op de rechteroever lagen, moesten de verdedigers ervan ’s nachts via bootjes naar de overkant varen. Tijdens één van deze missies, in de nacht van 30 juni op 01 juli 1915 liep het mis en raakte Germain zwaar gewond. Een ambulanceauto van de 5de Divisie voerde hem via de weg Dodengang-Oostkerke richting Lettenburg af, wellicht naar het legerhospitaal te Hoogstade. Maar al bij het begin van de rit overleed hij en zijn lichaam werd uitgeladen en begraven in Kaaskerke, in graf nr. 130.

 

Pas op 08 november 1924 werd hij overgebracht naar de militaire begraafplaats van De Panne en herbegraven in graf nr. N 0060. Tegen zijn grafzerk leunt een wit-marmeren gedenkplaat met zijn foto in een ovaal kader en daaronder de zin: “Aan onzen betreurden zoon en broeder”.

Germain werd postuum onderscheiden met het Kruis van Ridder in de Orde van Leopold II met palm en het Oorlogskruis. Later ontvingen zijn ouders ook nog de Herinneringsmedaille en de Overwinningsmedaille. Vader Aloïs Loncke verzocht later schriftelijk bij de legerleiding in Le Havre om het IJzerkruis maar het is nooit toegekend aan Germain. Dit terwijl hij vrijwel zeker in de IJzerslag had gevochten.

David Debruyne, Thibaut Lepouttre, Adriaan Vanheule