College VEurne - lesbestanden - project Nederlands - Geschiedenis 2004-2005

Vierentwintig
Gezichten van een Grote Oorlog

 

 

 

Sylvain Ryckeboer


+ 29 september 1915
2
1 jaar
Leisele

                                               

 

Izenberge, anno 1900. In de Oude Molenstraat nr.7 stond een mooie hoeve, bewoond door de familie Ryckeboer. Al generaties lang beoefende deze familie de landbouwstiel. Louis en Romanie vormden hierop geen uitzondering. Ze bezaten een vrij grote hoeve van 17 ha 16a, en het woonhuis telde zelfs twee verdiepingen. Uit de landbouwtellingen van 1913 blijkt wel dat ze slechts drie koeien en één paard hadden. De hoeve, gebouwd in 1830, werd tot in 2002 door een Ryckeboer-telg uitgebaat.

Vader Louis huwde op 26 september 1888 Romanie Brigou. In 1891 werd de eerste van de in totaal zes kinderen geboren, Marcel. Tweede in rij was Sylvain, die op 01 januari 1894 het levenslicht zag. Tegen het einde van het jaar was er ook een zusje bij, Maria. Tenslotte gebeurde er in 1897 een – voor die tijd – klein wonder: Romanie beviel van een drieling. Maar alleen Germain overleefde de eerste levensjaren.

Nadat Sylvain zijn kinderjaren had doorgebracht op het platteland, zocht hij Veurne op om te studeren. Voor boerenzonen was het gebruikelijk dat ze na hun veertiende van school af gingen om thuis te helpen op de boerderij.

Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd Sylvain op 24 september 1914 ingelijfd bij het Belgisch leger. Omwille van zijn gestalte werd hij geselecteerd voor het eliteregiment van de grenadiers. Sylvain kreeg eerst een militaire opleiding in Frankrijk. Op een postkaart (met vooraan een foto van hemzelf) vanuit het trainingskamp te Valognes, in Normandië schreef hij op 20 februari 1915 aan zijn “Beminde Meter en Oncel”nog slechts 89 kilo te wegen, wat ons een idee geeft van zijn indrukwekkende lichaamsbouw. Dat was een familietrek: Sylvains vader stond in de streek bekend als ‘lange Louis’. Grenadiers maten doorgaans 1m80, terwijl de gemiddelde grootte van de Belgische dienstplichtigen 1m65 was.

De twee Grenadiersregimenten werden tijdens de IJzerslag gedecimeerd in een moedige maar hopeloze tegenaanval in de Bocht van Tervate, toen de Duitse infanterie erin geslaagd was om daar over de IJzer te geraken. Door de dramatische verliezen gedwongen werden de twee regimenten samengevoegd tot één: het Regiment der Grenadiers, bestaande uit vier bataljons in plaats van de gebruikelijke drie. Sylvain zat toen gelukkig nog in Normandië. Op 23 februari 1915 kwam soldaat Ryckeboer terecht bij de 6de Legerdivisie, in het 1ste Regiment der Grenadiers, 4de Bataljon, 1ste Compagnie.

Hij kreeg zijn vuurdoop op 15 maart 1915 aan het front bij de Drie Grachten. Daar bleef het bij beschietingen en schermutselingen. De eerste echte veldslag waarbij Sylvain betrokken was, was de Tweede Slag om Ieper, ook de Slag bij Steenstrate genoemd, waar het Duitse leger voor het eerst gebruik maakte van gifgas. 22 april was de dag waarop de Duitsers hun gasaanval uitvoerden. Rond 17u.00 hoorden de geallieerden een sissend geluid en zagen ze een geelgroene wolk drijven in de richting van de Frans-Algerijnse troepen. De Canadezen op de rechterflank en de Belgische 6de Divisie op de linkerflank hadden door de windrichting minder last van het gas en konden hun stellingen behouden. Grenadiers en karabiniers en Franse Zouaven vormden met de Canadezen een winkelhaak waarin ze de Duitse aanvallers opvingen en terugdrongen. Sylvains bataljon onder Majoor Borremans bevond zich toen aan de molen van Lizerne, werkelijk in het centrum van de gevechten.

Na een maand van hevige strijd was de frontlijn hersteld en bezetten de geallieerden opnieuw de volledige westelijke oever van het Ieperleekanaal. Ondanks het gebruik van dit nooit geziene, moordende wapen, slaagden onder meer de Belgische grenadiers erin om de Belgische frontlijn te behouden en de dreigende Duitse doorbraak naar Ieper en verder naar de Kanaalhavens te verhinderen. Dat kostte hen10 officieren en 453 Grenadiers aan doden, gewonden en vermisten. Maar Sylvain bleef ongedeerd.

Op 14 juli konden de Grenadiers eindelijk voor een maand op rust naar Bray-Dunes. Daar kwam Koning Albert I hen onderscheiden voor hun dapperheid in Steenstrate.

 

Op 16 augustus 1915 nam het 4de Bataljon Grenadiers met Sylvain de tram van De Panne naar Alveringem. Zij zouden tot 04 december de gevaarlijke sector Noord van de sector Diksmuide bemannen. Die sector strekte zich uit van kilometerpaal 16 tot 17,3 en grensde dus rechtstreeks aan de Dodengang. Op de blauwdrukkaart is dit gebied in de vorm van een driehoek te herkennen aan de volle witte lijn en de witte puntstreeplijn. De Grenadiers losten de Jagers te Voet af en stelden zich op in de loopgraven voor wat achteraf een erg bloedige frontdienst zou blijken.


Toch is Sylvain niet omgekomen tijdens één van de talloze beschietingen, nachtelijke raids of schermutselingen, die deze sector levensgevaarlijk maakten. Het gevaar kwam uit een andere hoek. Op nauwelijks 20 meter van de Belgische loopgraven bevonden zich aan de overzijde van de IJzer de Bloemmolens, toen de ‘minoterie’ genoemd. Deze betonnen constructie bij kilometerpaal 18 vormde een ideale plaats voor Duitse scherpschutters, omdat ze volledig uitzicht had op de Belgische loopgraven. Op 27 september 1915 raakte Sylvain levensgevaarlijk gewond: hij kreeg een kogel in de rug en werd haastig afgevoerd naar het militair hospitaal De Clep te Hoogstade, zo’n 15 kilometer daar vandaan. Of die afgevuurd werd vanuit de Minoterie valt natuurlijk

 

 

moeilijk te achterhalen. Sylvain leed onmenselijk veel pijn: zijn familie vertelde dat zijn tanden in de houten operatietafel stonden gedrukt. Uiteindelijk werd de ernstige verwonding hem fataal en stierf hij op 29 september in het hospitaal. De precieze gegevens blijven verwarrend: volgens de dagorders van de grenadiers werd Sylvain op 29 september afgevoerd en stierf hij op 02 oktober. Een andere lijst met namen van gewonden vermeldt een Sylvain Ryckeboom (sic) die op 27 september in De Clep aankwam.
 

Sylvain werd, op vraag van zijn familie, overgebracht naar Izenberge om er begraven te worden. Zijn graf ligt naast dat van familieleden en draagt de tekst:

Ter zaliger en roemvolle gedachtenis
Onzen betreurden zoon en broeder Sylvain Ryckeboer
Geboren te Leysele den 1 januari 1894
Slachtoffer te Dixmude den 29 september 1915 RIP

Zijn naam, en die van een andere Izenbergenaar en oud-leerling van het Bisschoppelijk College, soldaat Germain Loncke, staan ook gebeiteld op het oorlogsmonument op het St.-Mildredaplein te Izenberge en op de gedenkplaat in de dorpskerk. Eretekens heeft Sylvain echter niet ontvangen. Vreemd.

Sylvie Haelterman, Griet Ryckeboer, Sören Verstraete