|
Vierentwintig
Gezichten
van een Grote Oorlog |
|
|
|
|
|

Sylvain Ryckeboer
+
29 september 1915
21 jaar
Leisele
|
|
Izenberge, anno 1900. In de Oude
Molenstraat nr.7 stond een mooie hoeve, bewoond door de familie
Ryckeboer. Al generaties lang beoefende deze familie de landbouwstiel.
Louis en Romanie vormden hierop geen uitzondering. Ze bezaten een vrij
grote hoeve van 17 ha 16a, en het woonhuis telde zelfs twee
verdiepingen. Uit de landbouwtellingen van 1913 blijkt wel dat ze
slechts drie koeien en één paard hadden. De hoeve, gebouwd in 1830,
werd tot in 2002 door een Ryckeboer-telg uitgebaat.
Vader Louis huwde op 26 september 1888 Romanie Brigou. In 1891 werd de
eerste van de in totaal zes kinderen geboren, Marcel. Tweede in rij
was Sylvain, die op 01 januari 1894 het levenslicht zag. Tegen het
einde van het jaar was er ook een zusje bij, Maria. Tenslotte gebeurde
er in 1897 een – voor die tijd – klein wonder: Romanie beviel van een
drieling. Maar alleen Germain overleefde de eerste levensjaren.
Nadat Sylvain zijn kinderjaren had doorgebracht op het platteland,
zocht hij Veurne op om te studeren. Voor boerenzonen was het
gebruikelijk dat ze na hun veertiende van school af gingen om thuis te
helpen op de boerderij.
Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd Sylvain op 24
september 1914 ingelijfd bij het Belgisch leger. Omwille van zijn
gestalte werd hij geselecteerd voor het eliteregiment van de
grenadiers. Sylvain kreeg eerst een militaire opleiding in Frankrijk.
Op een postkaart (met vooraan een foto van hemzelf) vanuit het
trainingskamp te Valognes, in Normandië schreef hij op 20 februari
1915 aan zijn “Beminde Meter en Oncel”nog slechts 89 kilo te wegen,
wat ons een idee geeft van zijn indrukwekkende lichaamsbouw. Dat was
een familietrek: Sylvains vader stond in de streek bekend als ‘lange
Louis’. Grenadiers maten doorgaans 1m80, terwijl de gemiddelde grootte
van de Belgische dienstplichtigen 1m65 was. |
|
|
 |
|

De twee Grenadiersregimenten werden tijdens de
IJzerslag gedecimeerd in een moedige maar hopeloze tegenaanval in de Bocht
van Tervate, toen de Duitse infanterie erin geslaagd was om daar over de
IJzer te geraken. Door de dramatische verliezen gedwongen werden de twee
regimenten samengevoegd tot één: het Regiment der Grenadiers, bestaande uit
vier bataljons in plaats van de gebruikelijke drie. Sylvain zat toen
gelukkig nog in Normandië. Op 23 februari 1915 kwam soldaat Ryckeboer
terecht bij de 6de Legerdivisie, in het 1ste Regiment der Grenadiers, 4de
Bataljon, 1ste Compagnie.
Hij kreeg zijn vuurdoop op 15 maart 1915 aan het front bij de Drie Grachten.
Daar bleef het bij beschietingen en schermutselingen. De eerste echte
veldslag waarbij Sylvain betrokken was, was de Tweede Slag om Ieper, ook de
Slag bij Steenstrate genoemd, waar het Duitse leger voor het eerst gebruik
maakte van gifgas. 22 april was de dag waarop de Duitsers hun gasaanval
uitvoerden. Rond 17u.00 hoorden de geallieerden een sissend geluid en zagen
ze een geelgroene wolk drijven in de richting van de Frans-Algerijnse
troepen. De Canadezen op de rechterflank en de Belgische 6de Divisie op de
linkerflank hadden door de windrichting minder last van het gas en konden
hun stellingen behouden. Grenadiers en karabiniers en Franse Zouaven vormden
met de Canadezen een winkelhaak waarin ze de Duitse aanvallers opvingen en
terugdrongen. Sylvains bataljon onder Majoor Borremans bevond zich toen aan
de molen van Lizerne, werkelijk in het centrum van de gevechten.
Na een maand van hevige strijd was de frontlijn hersteld en bezetten de
geallieerden opnieuw de volledige westelijke oever van het Ieperleekanaal.
Ondanks het gebruik van dit nooit geziene, moordende wapen, slaagden onder
meer de Belgische grenadiers erin om de Belgische frontlijn te behouden en
de dreigende Duitse doorbraak naar Ieper en verder naar de Kanaalhavens te
verhinderen. Dat kostte hen10 officieren en 453 Grenadiers aan doden,
gewonden en vermisten. Maar Sylvain bleef ongedeerd.
Op 14 juli konden de Grenadiers eindelijk voor een maand op rust naar
Bray-Dunes. Daar kwam Koning Albert I hen onderscheiden voor hun dapperheid
in Steenstrate.
|
|
|
 |
|
Op 16 augustus 1915 nam
het 4de Bataljon Grenadiers met Sylvain de tram van De Panne naar Alveringem.
Zij zouden tot 04 december de gevaarlijke sector Noord van de sector
Diksmuide bemannen. Die sector strekte zich uit van kilometerpaal 16 tot
17,3 en grensde dus rechtstreeks aan de Dodengang. Op de blauwdrukkaart is
dit gebied in de vorm van een driehoek te herkennen aan de volle witte lijn
en de witte puntstreeplijn. De Grenadiers losten de Jagers te Voet af en
stelden zich op in de loopgraven voor wat achteraf een erg bloedige
frontdienst zou blijken.
Toch is Sylvain niet omgekomen tijdens één van de talloze beschietingen,
nachtelijke raids of schermutselingen, die deze sector levensgevaarlijk
maakten. Het gevaar kwam uit een andere hoek. Op nauwelijks 20 meter van de
Belgische loopgraven bevonden zich aan de overzijde van de IJzer de
Bloemmolens, toen de ‘minoterie’ genoemd. Deze betonnen constructie bij
kilometerpaal 18 vormde een ideale plaats voor Duitse scherpschutters, omdat
ze volledig uitzicht had op de Belgische loopgraven. Op 27 september 1915
raakte Sylvain levensgevaarlijk gewond: hij kreeg een kogel in de rug en
werd haastig afgevoerd naar het militair hospitaal De Clep te Hoogstade,
zo’n 15 kilometer daar vandaan. Of die afgevuurd werd vanuit de Minoterie
valt natuurlijk
|
|
|
|
|
moeilijk te
achterhalen. Sylvain leed onmenselijk veel pijn: zijn familie vertelde dat
zijn tanden in de houten operatietafel stonden gedrukt. Uiteindelijk werd de
ernstige verwonding hem fataal en stierf hij op 29 september in het
hospitaal. De precieze gegevens blijven verwarrend: volgens de dagorders van
de grenadiers werd Sylvain op 29 september afgevoerd en stierf hij op 02
oktober. Een andere lijst met namen van gewonden vermeldt een Sylvain
Ryckeboom (sic) die op 27 september in De Clep aankwam.
Sylvain werd, op vraag van zijn familie,
overgebracht naar Izenberge om er begraven te worden. Zijn graf ligt naast
dat van familieleden en draagt de tekst:
Ter zaliger en roemvolle gedachtenis
Onzen betreurden zoon en broeder Sylvain Ryckeboer
Geboren te Leysele den 1 januari 1894
Slachtoffer te Dixmude den 29 september 1915 RIP
Zijn naam, en die van een andere Izenbergenaar en oud-leerling van het
Bisschoppelijk College, soldaat Germain Loncke, staan ook gebeiteld op het
oorlogsmonument op het St.-Mildredaplein te Izenberge en op de gedenkplaat
in de dorpskerk. Eretekens heeft Sylvain echter niet ontvangen. Vreemd.
Sylvie Haelterman, Griet Ryckeboer, Sören Verstraete
|
|